Geen enkele baby wordt als gever geboren


leestijd: ongeveer 3 minuten

Je kunt vrij makkelijk de wereld doen laten geloven dat jij echt als gever geboren bent. Dat jij ‘gewoon zo bent’. Al dat geven neemt anderen voor je in. Wie vindt dat nu niet leuk? Of fijn en prettig? Ik kijk wel ‘s op FaceBook door deze bril en zie het vaak: met al dat ‘geven’ word je sneller geliefd. Meer likes, meer ‘ik hou ook van jou’s’ en nog meer zoete broodjes. Het is beslist goed voor je ego. En met al die inschikkelijkheid krijg je veel loftuitingen, die verslavend goed werken. Omdat? Ja, waarom eigenlijk? Om je pijn maar niet te hoeven voelen van hoe ook jij dit ooit zo nodig had om je bestaanszekerheid te kunnen garanderen?

Maar er wordt geen baby in de wereld als gever geboren

We worden ons in onze ontwikkeling al snel bewust van wat ‘sociaal wenselijk’ is. We leren inzien wat goed is en wat fout en zo ontstaat er een onderscheid tussen gevers en nemers. In gezinnen waar er veel aan straffen/belonen wordt ‘gedaan’ worden ‘nemers’ sneller ‘gevers’; het wordt een manier om aardig gevonden te worden om te kunnen overleven. Het heeft dus niet alles met karakter te maken, veel meer met de omstandigheden waarin dit gedrag noodzakelijk was.

Patronen doorbreken

Ik werk vooral met 40+-ers die hun hardnekkige patronen willen doorbreken. Maar wanneer doorbreken we nu eigenlijk onze taaie patronen? Het is een vrij makkelijk te onthouden recept: zolang ons patroon nog voor ons werkt, werkt het. En als de prijs die we betalen ook niet al te groot is, we nooit negatieve consequenties ervaren van onze destructieve ‘beschermers’, waarom zouden we dan veranderen?

Niet. Nogal wiedes.

Totdat.

Totdat het niet meer werkt, natuurlijk

En dan is er werk aan de winkel. Maar als je nog niet zo ver bent, kijk dan ‘s of je jezelf in het volgende herkent als ‘gever’. Het zijn allemaal voorbeelden uit de praktijk van mijn klanten.

  • Je wordt gebeld tijdens het eten en het komt je niet uit. Je neemt toch op en laat je eten koud worden;
  • Je wilt met een vriendin naar de film en de eerste vraag die je stelt is: waar heb jij zin in?;
  • Je hebt een afspraak en je ‘date’ komt te laat. Je zegt meteen dat het ‘geen punt’ is;
  • Je partner wil vaker intiem zijn dan jij en je laat je verleiden tot een ongemakkelijk gemiddelde tegen je zin in;
  • Je partner is ziek en jij verzet werkelijk alles zodat je hem/haar/x kunt verzorgen;
  • Je buurman zoekt een nieuwe websitebouwer en jij gaat een uurtje in je netwerk ploegen om hem te helpen met een paar goede adresjes;
  • Je collega zegt dat die taak voor hem/haar/x te zwaar is en jij stort je dan maar op de oplossing;
  • Je hulpverlener komt zijn/haar/x afspraken niet na en jij denkt: ach, ik zeg er niks van, vast een goede reden;
  • Je buurvrouw speelt sinds kort klarinet en je gunt haar zo haar oefenmomenten, ook al heb je knallende koppijn;
  • In de buurt wordt veel gebouwd, ook in de avonden en weekenden. Je zegt niks en denkt: die mensen hebben toch ook recht op hun klusuurtjes?;
  • Je buren hebben een jankhondje, de hele dag huilt en jammert het. Jij denkt: het arme beessie!;
  • Je vriendin is ziek en je haalt alles uit de kast om haar te ontlasten, ook als je zelf helemaal niet lekker bent;
  • Je manager is onredelijk naar je, en jij denkt: ze heeft gewoon even een slechte dag, hebben we allemaal wel ‘s;
  • Je lieve buurvrouw zet de vuilniszakken steeds een dag te vroeg buiten waardoor de ratten vrij spel hebben. Je denkt: ach ze heeft een drukke baan, hoe erg is dit nu helemaal?

En? Ben jij de gulle gever? En heb jij het? Of heeft het jou? En vertel me: wat is de prijs eigenlijk die je betaalt voor al die inschikkelijkheid? Zeg je nog steeds dat dit ‘gewoon je karakter’ is of voel je je misschien ook wel een beetje dat het geboren is in trauma?